Cover of Kathleen Booth, Grace Hopper, and the Pioneers Who Gave Machines Language

Kathleen Booth, Grace Hopper, and the Pioneers Who Gave Machines Language

Kathleen Booth, Grace Hopper en de Pioniers Die Machines Taal Gaven

Kathleen Booth, Kateryna Yushchenko, Grace Hopper, and Jean Sammet each invented a programming language that solved a problem the previous one could not, building the tower of computing languages that programmers use today.

Review
Compare with:

Once upon a time, people could only give instructions to computers using long rows of switches and numbers.

Er was eens een tijd dat mensen computers alleen instructies konden geven via lange rijen schakelaars en nummers.

Then, one by one, a group of remarkable women changed everything.

Toen begon, een voor een, een groep bijzondere vrouwen alles te veranderen.

Kathleen Booth worked on early computers at Birkbeck College in London and created one of the first assembly languages.

Kathleen Booth werkte aan vroege computers aan Birkbeck College in Londen en creëerde een van de eerste assembleertalen.

Her assembly language let programmers write symbolic instructions instead of raw binary numbers.

Haar assembleertaal liet programmeurs symbolische instructies schrijven in plaats van ruwe binaire nummers.

Now the machine could remember commands by name, not just by position.

Nu kon de machine opdrachten bij naam onthouden, niet alleen op positie.

Kateryna Yushchenko worked in Kyiv and invented the Address programming language in 1955.

Kateryna Yushchenko werkte in Kyiv en vond de programmeertaal Address uit in 1955.

She introduced indirect addressing, which meant a program could follow a pointer to find information stored anywhere in memory.

Ze introduceerde indirecte adressering, wat betekende dat een programma een aanwijzer kon volgen om informatie overal in het geheugen te vinden.

This was like leaving a note saying the answer is in the other room.

Dit was als het achterlaten van een briefje waarop stond: het antwoord is in de andere kamer.

Grace Hopper worked in the United States Navy and believed that programming should read like plain English.

Grace Hopper werkte bij de Amerikaanse marine en geloofde dat programmeren leesbaar moest zijn als gewoon Engels.

She helped develop COBOL, a language that used words like ADD and MOVE instead of strange codes.

Ze hielp COBOL te ontwikkelen, een taal die woorden als ADD en MOVE gebruikte in plaats van vreemde codes.

Now a business person could read what the machine was doing.

Nu kon een zakenman lezen wat de machine deed.

Jean Sammet pushed further and built FORMAC, one of the first languages that could manipulate algebra symbols.

Jean Sammet ging verder en bouwde FORMAC, een van de eerste talen die algebrasymbolen kon manipuleren.

It wrote mathematical expressions the way mathematicians write them on paper.

Het schreef wiskundige uitdrukkingen op de manier waarop wiskundigen ze op papier schrijven.

Each of these women solved a real problem that the previous language could not solve.

Elk van deze vrouwen loste een echt probleem op dat de vorige taal niet kon oplossen.

Each language built on the one before it, like floors of a rising tower.

Elke taal bouwde voort op de vorige, zoals verdiepingen van een rijzende toren.

Years passed, and the tower grew very tall.

De jaren gingen voorbij, en de toren werd heel hoog.

Young students learned new languages without knowing who had laid the first stones.

Jonge studenten leerden nieuwe talen zonder te weten wie de eerste stenen had gelegd.

But the history was there, waiting to be told.

Maar de geschiedenis was er, wachtend om verteld te worden.

These names must not be forgotten.

Deze namen mogen niet vergeten worden.

Moral: Every language we speak was first spoken by someone brave enough to invent it.

Moraal: Elke taal die we spreken, werd het eerst gesproken door iemand die dapper genoeg was om haar uit te vinden.